(0)

Privacyverklaring

Selecteer Regio

In gesprek met... Natalie Eggermont

#climateexpress #Bonngo


Onlangs vertrok het Climate Express fietspeloton met 350 fietsers naar de klimaattop in Bonn. De onderhandelingen gaan door op een steenworp van de bruinkoolmijnen in Duitsland, het land van de Energiewende dat worstelt met de afbouw van fossiele brandstoffen.

Intussen ziet eilandstaat Fiji, die de klimaattop voorzit, het water letterlijk naar haar lippen stijgen en brengt een exeptioneel orkaanseizoen in de Atlantische Oceaan Ophelia tot aan de Europese kust. Op zaterdag is er de traditionele klimaatmars, die ditmaal focust op de bruinkoolverslaving van onze oosterburen. Op zondag worden woorden omgezet in daden en leggen we één van de bruinkoolmijnen voor een dag plat.

De bruinkoolmijnen in het Duitste Rijnbekken zijn een belangrijke bron van CO2 in Europa. In heel Duitsland wordt er jaarlijks zo’n 180 miljoen ton bruinkool gewonnen, waarmee ze tot de top tien van producerende landen in de wereld behoren. Deze mijnbouw gaat gepaard met grootschalige vernietiging van het landschap en gedwongen ontheemding, volgens de activisten van Ende Gelande werden 300 dorpen opgeslorpt en moesten over heel Duitsland 110.000 mensen verhuizen.

Silent Killer

Steenkool is niet enkel slecht voor het klimaat maar ook voor onze gezondheid. Het verbranden van steenkool zorgt voor luchtverontreiniging met long- en hartproblemen en kanker tot gevolg. Maar liefst negentig procent van de Europeanen die in steden leven worden blootgesteld aan luchtvervuiling boven de toegelaten grens. Een recente studie van de Health and Environment Alliance, getiteld Europe’s Dark Cloud, berekende dat de Europese steenkoolcentrales in 2013 goed waren voor 22.900 vroegtijdige overlijdens, tienduizenden mensen met gezondheidsproblemen en een totale medische rekening tussen de 30 en 60 miljard euro. In datzelfde jaar was het dodentol van verkeersongevallen in Europa 26.000. Duitsland draagt na Polen het meest bij aan de luchtvervuiling door steenkool en die zwarte wolken stoppen natuurlijk niet aan de grens.

Trop is te veel

Dat steenkool, olie en gas in de grond moeten blijven is al tientallen jaren het adagio van de klimaatbeweging. Toch spendeert de G20 nog steeds 444 miljard euro per jaar aan subsidies voor fossiele brandstoffen; een viervoud van de wereldwijde subsidies voor hernieuwbare energie. Het plaatje wordt helemaal angstaanjagend als je weet dat de huidige ontwikkelde reserves aan olie, steenkool en gas goed zijn voor een uitstoot van 942 gigaton CO2. Dat gaat dus over reserves die de komende jaren zullen worden opgehaald in operationele mijnen en extractiesites, waar mensen hun brood verdienen en die lang nog niet afgeschreven zijn. Daartegenover staat dat we nog maximaal 393 gigaton CO2 in de atmosfeer lozen als we een redelijke kans willen maken om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. De steenkoolmijnen- en centrales die nu wereldwijd draaiende zijn, zijn op zich al goed voor 425 gigaton. De conclusie van het Oil Change International, die al deze cijfers bekende maakte in haar rapport The Sky’s Limit stelt de uitdaging scherp: we mogen absoluut géén nieuwe extractie of transportinfrastructuur meer toelaten en moeten daarnaast een aantal van de huidige operationele sites sluiten. Dat laatste moet niet op één nacht gebeuren. Ze pleiten voor een geplande uitfasering, zodat de transitie op een sociaal rechtvaardige manier kan verlopen voor de werknemers en de gemeenschappen afhankelijk van de fossiele industrie. De strijd voor het sluiten van operationele mijnen is waar het volgend weekend in het Rijnland om draait.

Tot hier en niet verder

Ende Gelände, vrij vertaald als ‘tot hier en niet verder’, is de slogan van de initiatiefnemers. Het is al de vijfde keer dat bezorgde burgers allerlande afzakken naar Duitsland om een stok in de spreekwoordelijke wielen van de graafmachines te steken. Met resultaat. Vorig jaar in augustus lag de mijn een dag plat en zagen we een dipje in de CO2 uitstoot én beursresultaten van de mijn.

Overal ter wereld groeit het verzet tegen de fossiele industrie. In Canada komt de inheemse bevolking in opstand tegen de Keystone Pipeline. In Nederland richten de activisten hun pijlen op de kolenhaven in Amsterdam. In Italië verzetten dorpen zich tegen de aanleg van de Trans Adriatische Pijnlijn, een megalomaan project dat fossiel gas van Azerbijan naar Europa moet brengen.

Deze verzetsbeweging blinkt uit waar onze politici falen: woorden omzetten in daden. Want ondanks de hoera-stemming na het Akkoord van Parijs en de ongeziene groei in hernieuwbare energie, blijft de concentratie van CO2 in de atmosfeer jaar na jaar toenmenen en eist de klimaatverandering steeds meer haar tol.

Vriend of vijand

Toch kijk ik met gemengde gevoelens naar de foto’s van de acties in de mijnen vorig jaar. Activisten glunderen op de grote gevaartes. De mijnwerkers staan vanop de zijlijn te kijken. Wat gaat er in hun hoofd om, vraag ik me af. En vooral: hoeveel méér zouden we kunnen bereiken door samen de mijnen plat te leggen met een sociaal én ecologisch eisenpakket?

Nu lijken beide bewegingen lijnrecht tegenover elkaar te staan. De mijnwerkers zien in de eis van de klimaatbeweging om steenkoolwinning onmiddellijk stop te zetten een bedreiging voor hun toekomst. De klimaatbeweging ziet in de vakbond die zich verzetten tegen de voorgestelde koolstoftax een conservatieve kracht die zich verzet tegen de omschakeling naar hernieuwbare energie om jobs en economische groei te beschermen.

In realiteit is de situatie veel complexer dan ‘voor’ of ‘tegen’ transitie. De cruciale vraag in het debat is intussen niet meer óf de Duitsers willen uitstappen uit fossiele brandstoffen, maar hóe.

De vakbond heeft zich inderdaad verzet tegen de voorgestelde koolstoftax, met de boodschap dat die tot 100.000 banen zou kosten. Hun voorgestelde alternatief is een geplande uitfasering, waarin stapsgewijs de productie van steen- en bruinkool wordt afgebouwd en vervangen door gascentrales met co-generatie en hernieuwbare energie. De regering heeft dat voorstel overgenomen. Er komt de terechte kritiek uit de hoek van de milieubeweging dat het voorgestelde uitfaseringsplan niet ambitieus genoeg is, maar het idee van een geplande aanpak in plaats van een onmiddellijke sluiting is wel the way to go.

Onze oosterburen tonen ons op dat vlak hoe het moet. Het land van de Energiewende keurde in november 2016 een ‘Climate Protection Plan 2050’ goed dat een strategie uitzet om tegen 2030 de uitstoot met 62% te doen dalen (tov 1990). België hinkt schaamtelijk achterop. Ons energiebeleid is een trein zonder bestuurder. In de draft van het energiepact wordt zelfs geen zekerheid geschept over de kernuitstap. Europa verwacht daarnaast van al haar lidstaten een Nationaal Energie- en Klimaatplan met duidelijke doelstellingen voor 2030. België wringt zich in allerlei bochten en poogt de deadline een jaar te verschuiven van 2018 naar 2019. Het plan zelf zal niet meer dan een flauwe collage zijn van de gewestelijke plannen met een federaal hoedje, in plaats van een visionair en geïntegreerd plan dat ons op weg zet naar een klimaatneutrale samenleving.

Ende Gelände … en verder?

Dergelijk kompas is nochtans essentieel om als land de uitstap uit fossiele brandstoffen waar te maken zonder kleerscheuren op sociaal vlak. Om een toekomstbeeld te scheppen waarin iedereen in de maatschappij zijn of haar plaats ziet, inclusief de werknemers van de huidige vervuilende sectoren. We hebben misschien geen bruinkoolmijnen, maar we hebben wel zware industrie die er helemaal anders zal moeten uitzien binnen heel korte tijd. In de haven van Antwerpen zit de tweede grootste concentratie van petrochemische bedrijven ter wereld. Ze draait op goedkope fossiele en nucleaire energie en is verantwoordelijk voor 79% van alle broeikasgassen van de regio. Initiatieven van de stad om ‘klimaatneutraal’ te worden, zonder oog voor de omliggende industrie, zijn dus een druppel op de hete plaat.

Gaan we dan binnenkort met de Belgische klimaatbeweging de haven platleggen? Niet meteen wat mij betreft. De uitdaging ligt erin na te denken hoe we de industrie gaan ombouwen in plaats van er een streep door te trekken. De petrochemie kan tegelijk het eindpunt van het fossiele tijdperk zijn, als een nieuw begin voor een duurzame industrie.

'Om tegen 2050 naar een koolstofarme industrie te gaan, zijn revolutionaire omwentelingen nodig', zei Thomas Wyns (VUB) recent in De Standaard. 'De staal-, chemie-, glas- en cementsector moeten zichzelf volledig heruitvinden. Ze staan voor de grootste industriële revolutie ooit.' De “petro” moet weg uit de petrochemie. Gelukkig zijn er alternatieven voorhanden. Biomassa uit huishoudelijk afval kan olie vervangen als basis voor de chemische productie. We kunnen ook waterstof maken uit CO2 via elektrolyse bij overschot aan hernieuwbare energie op piekmomenten. Die waterstof kan dienen als brandstof voor bussen of camions, of omgezet worden in methaan en andere grondstoffen voor de chemie. Ook de circulaire economie biedt enorm veel mogelijkheden. We kunnen het afval van de ene industrie gebruiken als grondstof voor de andere. De resten van de staalproductie in ArcelorMittal in Gent zouden zo gebruikt kunnen worden in de Antwerpse petrochemie. De mogelijkheden zijn legio maar onderbenut door een gebrek aan lange-termijnvisie voor de politiek. De broodnodige investeringen in de omschakeling gaan uitblijven zolang niet duidelijk is dat we volop gaan voor een koolstofarme toekomst.

En daar zit de sleutel tot samenwerking tussen klimaat- en vakbondsbeweging. De politici gaan enkel maar hun verantwoordelijkheid nemen door druk van onderuit. Ook de investeringen in de industrie gaan er maar komen door sociale en ecologische strijd. En we hebben daar beiden bij te winnen. Er is helemaal geen tegenstelling tussen jobs en klimaat. Studies tonen aan dat zelfs in een weinig ambitieus scenario, waarbij we tegen 2050 streven naar  80 procent minder emissies, we netto 80.000 jobs bijkrijgen en een economie groei van twee procent kunnen verwachten tegen 2030. Overschakelen naar hernieuwbare energie in eigen land, grootschalige renovatie van gebouwen en uitbreiding van een elektriciteitsnet is veruit de meest aantrekkelijke optie. Vergeleken met de import van fossiele brandstoffen uit het buitenland met verdere opwarming van het klimaat, luchtvervuiling en een dure rekening is de keuze toch snel gemaakt?

Mijn droom is dat we ooit samen, klimaatactivisten én arbeiders, de fabrieken kunnen stil leggen met een gezamelijke eis: voor waardig werk, propere lucht en een klimaatneutrale samenleving.

We willen de komende jaren met Climate Express werken rond de rechtvaardige transitie in de grote industriële sectoren, beginnend bij de petrochemie. Zin om hieraan mee te werken: contacteer ons! natalie@climate-express.eu

Natalie Eggermont

Machinist Climate Express

 

Andere blogs van Natalie:

Klimaat: verontwaardigde burgers gezocht

Militarisering, groene blauwhelmen en Climate wars

dit interview werd aangepast overgenomen van de website van ABVV - Metaal (https://www.abvvmetaal.be), het verscheen onder de titel Duitslands’ Dirty Little Secret 

Terug Top

Deze internetsite maakt gebruik van cookies. Dit doen we om uw surfervaring op deze website beter te maken.
U kunt ten alle tijde deze cookies weigeren of verwijderen door de instellingen in uw browser aan te passen.
Meer informatie hierover vindt u op https://www.aboutcookies.org/

Als u gewoon verder surft, geeft u toestemming om deze cookies te gebruiken.