De wereld wordt steeds kleiner. Steeds meer problemen dienen dan ook in een globaal perspectief bekeken te worden. Dit noemt men globalisering. Jeugdwerkloosheid is ook zo’n probleem dat globaal bestreden moet worden.
|
Definitie globalisering
Globalisering is in oorsprong een economisch begrip. Waar we vroeger nog konden spreken van verschillende nationale economieën, is er nu één wereldeconomie. Bedrijven zijn actief over heel de wereld. We spreken van multinationals. Het gevolg hiervan is dat een gebeurtenis of een beslissing in één deel van de wereld, belangrijke gevolgen kan hebben in andere delen van de wereld. Op zich is hier natuurlijk niks mis mee. Maar de globalisering die we de dag van vandaag kennen, heeft voor een deel van de wereld soms rampzalige gevolgen. Het ‘wereldrapport over de menselijke ontwikkeling 2005’ van het United Nations Development Program geeft hiervan enkele voorbeelden. Dit rapport vertelt ons dat de kloof tussen de gemiddelde burger in de rijkste en die in de armste landen zeer groot en groeiend is. In de veronderstelling dat de 500 rijkste mensen van de wereld (zoals opgesomd in het tijdschrift Forbes) een inkomen hebben dat slechts gelijk is aan 5% van hun bezittingen, is dit inkomen al meer dan dat van de 416 miljoen armste mensen. Van de 57 miljoen doden die wereldwijd vielen in 2002 was er één op vijf een kind jonger dan 5 jaar. Bijna alle sterfgevallen bij kinderen vallen voor in ontwikkelingslanden. Cijfers van het Internationaal Arbeidsbureau geven aan dat er wereldwijd 190 miljoen werklozen zijn. Dit aantal stijgt. Van de mensen die werken leeft de helft in armoede. Die mensen moeten rondkomen met minder dan 2 euro per dag.
Jeugdwerkloosheid
Maar ook hier in België ondervinden we gevolgen van de globalisering. Bepaalde evoluties in de werkloosheid (en dus ook jeugdwerkloosheid) zijn makkelijk te verklaren door het globaliseringsproces. Iedereen heeft wellicht al gehoord van de massale ontslagen bij de autofabriek Volkswagen Vorst. Heel veel mensen verloren daar hun job. En dit terwijl VW nog steeds winst maakte op internationaal niveau. Herstructureringen en delokaliseringen, het zijn twee veelgebruikte begrippen de dag van vandaag. En ze hebben één ding gemeen: in beide gevallen vallen er massaal ontslagen. En wie voelt hier als eerste de gevolgen van denk je? Niet alleen is er dan geen mogelijkheid meer tot instroom in het bedrijf door jongeren, ook wie laatst binnengekomen is, moet eerst vertrekken (meestal jongeren dus).
Herstructurering
Bij een herstructurering neemt de bedrijfsleiding maatregelen om het bedrijf rendabel of meer productief te maken. Rendabel maken betekent dat er minder kosten mogen gemaakt worden. En aangezien de personeelskost één van de belangrijke uitgavenposten is, vallen er dus regelmatig klappen bij het personeel in de vorm van afdankingen (=ontslagen). Heel veel beslissingen tot herstructureringen in grote bedrijven worden in het buitenland gemaakt, het zijn immers multi-nationale bedrijven. De bedrijven zijn ‘geglobaliseerd’.
Delokalisatie
Delokalisatie houdt in dat een bedrijf naar het buitenland trekt omdat men daar goedkoper kan produceren. In veel gevallen trekt een bedrijf met zijn productie naar lageloonlanden. Daar wordt veel goedkoper geproduceerd, maar ze verkopen hun producten toch even duur. Zo wordt meer winst gemaakt. Natuurlijk ten koste van de werkgelegenheid in ons land. Deze bedrijven kunnen we dan als “globaliserende” bedrijven omschrijven. Bij delokalisaties en vooral herstructureringen zijn jongeren natuurlijk vaak het eerste slachtoffer van afdankingen. Zo wordt het voor jongeren natuurlijk moeilijk om een baan lang te behouden, als ze al aan de job zijn geraakt tenminste.
Mogelijke remedies
Maar hoe kan je deze evolutie nu bestrijden? De globalisering wordt momenteel vooral omkaderd door grote organisaties zoals de WHO (Wereld Handels Organisatie of WTO), de Wereldbank en het IMF (Internationaal Monetair Fonds). Deze organisaties proberen vooral economische spelregels op te stellen. Het komt er vooral op neer dat er hier ook meer aandacht komt voor sociale maatregelen. Er zijn echter 3 belangrijke algemene maatregelen die als voornaamste vertrekbasis kunnen dienen. Het versterken van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), van de vrije vakbonden via syndicale samenwerking en de invoering van een Tobin-taks. Om het overheersen van handelsregels op sociale regels tegen te gaan, heeft de Internationale Arbeidsorganisatie niet alleen een belangrijke normatieve rol te spelen maar ook een regulerende rol. De actuele zwakte van de IAO is dat ze geen sancties kan afdwingen voor de landen die de fundamentele arbeidsnormen niet respecteren, in tegenstelling tot de WHO. De IAO moet daarom versterkt worden.
Vrije vakbonden en vrije onderhandelingen
De Wereldbank bevestigde immers onlangs dat de aanwezigheid én erkenning van actieve en onafhankelijke, vrije vakbonden sowieso een positieve invloed hebben op de arbeidsomstandigheden, alsook op de tewerkstelling in het algemeen. En ook hier kan nog veel gebeuren, want de aanwezigheid van vrije vakbonden is in vele landen nog een natte droom van werknemers. Vakbonden worden nu te veel door overheden en/of bedrijven als gevaarlijke en illegale groeperingen beschouwd. Dit wordt o.a. bewezen door de meer dan 100 vermoordde vakbondsactivisten en -leiders over gans de wereld (en dit is een jaarlijks feit). Versterking, erkenning van vakbonden is dus belangrijk voor de werkgelegenheid, maar de Wereldbank heeft daar tot nu toe nog geen stimulerende maatregelen voor uitgeschreven! We stellen dan ook voor dat het IAO en het IVV (Internationaal VakVerbond) hiervoor een mandaat krijgen én vooral ook middelen. We vragen vrije onderhandelingen over lonen en arbeidsomstandigheden met vrije, representatieve en democratische vakbonden. Ons internationaal vakbondswerk begint dan ook bij het helpen uitbouwen van die vakbonden en bij het helpen uitbouwen en stimuleren van een sociale dialoog.
Tobin en Arbeid
De invoering van een Tobin-taks (een éénvoudige taks op beursspeculaties met grote kapitalen) kan en zal de eigenaars van de grote bedrijven responsabiliseren, en zou ongelooflijk veel geld opleveren om alle mogelijke overheden véél krachtdadiger en intensiever een rol op te laten nemen in de strijd tegen jeugdwerkloosheid. De Tobin-taks (of beter, de variant Spahntaks) werd wettelijk aangenomen in België in 2003 en in Frankrijk, maar kan niet toegepast worden zolang niet alle landen van de EU deze taks hebben aangenomen. Wij blijven pleiten voor de Tobin-taks als één van de belangrijkste elementen van een internationale financiële architectuur. Een geïntegreerd internationaal fiscaal beleid met onder meer de afschaffing van het bankgeheim is noodzakelijk als herverdelend instrument.
Samengevat:
Voor ABVV-jongeren zijn er 3 internationale wapens tegen jeugdwerkloosheid: * Het uitstippelen van een globaal werkgelegenheidsbeleid door de WHO, de Wereldbank en het IMF, maar natuurlijk wel met een doorgedreven samenwerking met en versterking van de IAO en het Internationaal VakVerbond (IVV). * Het versterken, erkennen en ondersteunen van vrije vakbonden, vrije onderhandelingen en gewaarborgde syndicale rechten. * Met een Tobin-taks kan men natuurlijk in één klap verschillende globale problemen onder handen nemen. Voor ons lijkt de invoering van een Tobin-taks tevens een hefboom te kunnen zijn om een globaal werkgelegenheidsbeleid te kunnen (laten) uitstippelen.
Links: ituc-csi ilo wto worldbank imf
|